Laadinfrastructuur voor elektrische bestelwagens op de bedrijfssite: planning, installatie en energiebeheer
Kort antwoord Wie elektrische bestelwagens inzet, laadt die meestal 's nachts op de eigen bedrijfssite. Dat vraagt een doordachte laadinfrastructuur: het juiste aantal laadpunten, een netaansluiting met voldoende capaciteit en een systeem dat het laden over de beschikbare tijd en het beschikbare vermogen verdeelt. De installatie gebeurt door een erkende installateur en wordt gekeurd volgens het AREI. Met gestuurd laden, eventueel gekoppeld aan zonnepanelen op het bedrijfsdak, houdt u de energiekosten en de piekbelasting onder controle. Voor chauffeurs die hun voertuig mee naar huis nemen, zijn thuisladen en een duidelijke vergoedingsregeling een aanvulling. |
Inhoud
Waarom begint een elektrische bedrijfsvloot bij de laadinfrastructuur?
Hoeveel laadpunten en welk vermogen heeft u nodig?
Wat komt er kijken bij de installatie op de bedrijfssite?
Hoe houdt u de energiekosten onder controle?
Hoe past het voertuig zelf in de laadstrategie?
Wat als chauffeurs hun bestelwagen mee naar huis nemen?
Hoe pakt u de uitrol in fasen aan?
Hoe zorgt u voor een betrouwbare werking op lange termijn?
Welke vragen komen vaak terug?
Waarom begint een elektrische bedrijfsvloot bij de laadinfrastructuur?
Omdat de inzetbaarheid van elektrische bestelwagens afhangt van de zekerheid dat ze elke ochtend voldoende geladen klaarstaan.
Een bestelwagen op diesel tankt u onderweg in enkele minuten. Een elektrische bestelwagen laadt u bij voorkeur wanneer hij stilstaat, en voor de meeste bedrijfsvoertuigen is dat 's nachts op de bedrijfssite. De laadinfrastructuur wordt zo een onderdeel van uw bedrijfsorganisatie, net zoals het magazijn of de parking.
Een goed ontworpen installatie zorgt ervoor dat elk voertuig elke ochtend vertrekt met de lading die nodig is voor de dagplanning. Een onderbemeten installatie leidt daarentegen tot voertuigen die niet klaar zijn, chauffeurs die moeten uitwijken naar publieke laadpalen en verlies van werktijd.
Daarom loont het om de laadinfrastructuur te plannen voor de eerste elektrische bestelwagen wordt geleverd, en daarbij al rekening te houden met de verdere uitbreiding van de vloot.
Betrek bij die planning ook de mensen die dagelijks met de voertuigen werken. De chauffeurs weten wanneer ze terugkomen, hoe lang hun voertuig stilstaat en welke plaatsen op de parking praktisch zijn. Een facility manager of verantwoordelijke voor het gebouw kent dan weer de beperkingen van de elektrische installatie en de parkeerruimte. Hun inbreng voorkomt dat de installatie op papier klopt maar in de praktijk niet werkt.
Hoeveel laadpunten en welk vermogen heeft u nodig?
Dat hangt af van het aantal voertuigen, hun dagelijkse afstand, de tijd dat ze op de site staan en het vermogen dat uw netaansluiting kan leveren.
De berekening vertrekt van het gebruik. Een bestelwagen die dagelijks een korte stedelijke ronde rijdt en de hele nacht op de site staat, heeft geen laadpunt met hoog vermogen nodig. Een voertuig dat overdag terugkomt en 's middags opnieuw vertrekt, vraagt een sneller laadpunt.
Situatie op de bedrijfssite | Aanbevolen aanpak | Aandachtspunt |
|---|---|---|
Voertuigen staan de hele nacht op de site | Laadpunten met gematigd vermogen, één per voertuig | Totale belasting van de netaansluiting |
Voertuigen komen overdag tussendoor terug | Enkele snellere laadpunten voor tussentijds laden | Hogere installatiekost |
Meer voertuigen dan laadpunten | Rotatieschema en gedeelde laadpunten | Duidelijke afspraken tussen chauffeurs |
Groeiende vloot | Voorbereiding van kabels en ruimte voor extra laadpunten | Aanpasbaarheid van de installatie |
Een goede installateur maakt eerst een analyse van uw verbruiksprofiel en uw netaansluiting. Pas daarna wordt bepaald hoeveel laadpunten nodig zijn en met welk vermogen.
Wat komt er kijken bij de installatie op de bedrijfssite?
Een analyse van de netaansluiting, een installatie door een erkende installateur, een keuring volgens het AREI en eventueel overleg met de netbeheerder.
Een laadinfrastructuur voor meerdere voertuigen belast de elektrische installatie van het bedrijf sterker dan enkele losse laadpalen. De installateur controleert daarom eerst of de bestaande aansluiting volstaat. Is dat niet het geval, dan kan een verzwaring nodig zijn, in overleg met de netbeheerder: Fluvius in Vlaanderen, Sibelga in Brussel, ORES of RESA in Wallonië.
Keuring en documentatie
Na de installatie volgt een keuring door een erkend organisme volgens het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties. Bewaar het keuringsverslag en de technische documentatie zorgvuldig. Ze kunnen gevraagd worden door uw verzekeraar of bij een latere uitbreiding.
Plaats en bescherming van de laadpunten
De laadpunten komen bij voorkeur op een plaats waar de voertuigen 's nachts staan, met voldoende ruimte om in te parkeren en de kabels veilig aan te sluiten. Bescherming tegen aanrijdingen, goede verlichting en een duidelijke markering van de laadplaatsen voorkomen schade en ongevallen.
Brandveiligheid
Bij laadpunten in een overdekte of ondergrondse parking verdienen de voorschriften inzake brandveiligheid bijzondere aandacht. Overleg daarover met uw installateur, uw verzekeraar en, waar nodig, de brandweer.
Hoe houdt u de energiekosten onder controle?
Met gestuurd laden, dat het laden spreidt over de nacht en afstemt op het beschikbare vermogen, en waar mogelijk met eigen zonne-energie.
Wanneer alle voertuigen tegelijk beginnen te laden zodra ze terugkomen, ontstaat een verbruikspiek. Die piek kan de netaansluiting overbelasten en, in Vlaanderen, via het capaciteitstarief de nettarieven verhogen. Een systeem voor gestuurd laden verdeelt het beschikbare vermogen over de voertuigen en spreidt het laden over de uren waarin ze stilstaan.
Enkele manieren om de energiekosten te beheersen:
stel per voertuig een vertrekuur en een gewenst laadniveau in;
laat het laadbeheer het vermogen verdelen op basis van de prioriteit van elk voertuig;
koppel de laadinfrastructuur aan zonnepanelen op het bedrijfsdak, zodat voertuigen die overdag stilstaan uw eigen productie gebruiken;
bekijk met uw energieleverancier welk contract past bij een verbruik dat vooral 's nachts plaatsvindt.
Een goed laadbeheersysteem geeft u bovendien een overzicht van het verbruik per voertuig, wat nuttig is voor uw kostenopvolging en uw duurzaamheidsrapportering.
Hoe past het voertuig zelf in de laadstrategie?
Het rijbereik, de batterijcapaciteit en de belading bepalen samen hoeveel energie elke bestelwagen dagelijks nodig heeft.
De laadinfrastructuur en het voertuig vormen samen één systeem. Een bestelwagen met een grotere batterij heeft meer reserve, maar ook meer tijd nodig om volledig te laden. Een compacte stadsbestelwagen met een kleinere batterij past bij korte rondes en laadt sneller op.
Volkswagen Bedrijfsvoertuigen omschrijft zijn elektrische bestelwagens als volgt:
« Volkswagen Bedrijfsvoertuigen breidt zijn professionele gamma uit met volledig elektrische bestelwagens die rijbereik, laadvermogen en betrouwbaarheid combineren. De compacte ID. Buzz Cargo biedt een ruime laadruimte in een wendbaar formaat, geschikt voor stedelijke leveringen en servicebezoeken, terwijl de e-Transporter de veelzijdigheid van de Transporter elektrisch maakt voor wie meer volume en laadvermogen nodig heeft. Deze voertuigen staan voor emissievrije mobiliteit en lagere gebruikskosten voor professionals. » — Volkswagen Bedrijfsvoertuigen België
Wie zijn laadinfrastructuur ontwerpt, doet er goed aan om het aanbod van elektrische bedrijfsvoertuigen mee in de analyse te nemen. Het type voertuig, de belading en de dagelijkse afstand bepalen immers hoeveel laadpunten en welk vermogen nodig zijn.
Wat als chauffeurs hun bestelwagen mee naar huis nemen?
Dan vult thuisladen de bedrijfsinfrastructuur aan, met een laadpunt bij de chauffeur en een duidelijke regeling voor de vergoeding van de elektriciteit.
Bij veel zelfstandigen en kleine ondernemingen gaat de bestelwagen 's avonds mee naar huis. De chauffeur vertrekt de volgende ochtend rechtstreeks naar de eerste klant. In dat geval is laden bij de chauffeur thuis de meest praktische oplossing.
Enkele aandachtspunten:
de laadpaal bij de chauffeur wordt door een erkende installateur geplaatst en gekeurd;
een laadpaal met een meter registreert het verbruik van het bedrijfsvoertuig apart;
het bedrijf vergoedt de elektriciteit op basis van een duidelijke en transparante regeling;
bij een vertrek van de chauffeur moeten afspraken bestaan over de laadpaal.
Leg die afspraken vast in een schriftelijk beleid, zodat er voor iedereen duidelijkheid bestaat.
Hoe pakt u de uitrol in fasen aan?
Door te starten met een beperkt aantal laadpunten, de bekabeling al voor te bereiden op uitbreiding en de ervaringen van de eerste maanden te gebruiken voor de volgende stappen.
Weinig bedrijven elektrificeren hun volledige vloot in één keer. Meestal begint het met één of enkele elektrische bestelwagens, die de bestaande voertuigen geleidelijk vervangen. De laadinfrastructuur kan die evolutie volgen.
Een gefaseerde aanpak heeft verschillende voordelen. De investering wordt gespreid, en de ervaringen met de eerste voertuigen tonen hoe de chauffeurs ze gebruiken, hoeveel energie ze werkelijk nodig hebben en welke laadmomenten het best passen. Die inzichten zijn waardevol bij de verdere uitbreiding.
Belangrijk is wel dat de eerste installatie al rekening houdt met de toekomst. Graafwerken en kabeltracés zijn duur om later opnieuw uit te voeren. Door bij de eerste fase al wachtbuizen te leggen, ruimte te reserveren in de verdeelkast en een laadbeheersysteem te kiezen dat extra laadpunten aankan, beperkt u de kosten van latere uitbreidingen.
Een mogelijk verloop:
een eerste fase met laadpunten voor de eerste elektrische voertuigen en voorbereide bekabeling voor de volgende;
een tweede fase waarin extra laadpunten worden aangesloten naarmate de vloot groeit;
een derde fase waarin de installatie wordt gekoppeld aan zonnepanelen of aan een energiebeheersysteem voor het hele gebouw.
Hoe zorgt u voor een betrouwbare werking op lange termijn?
Met periodiek onderhoud van de laadpunten, een opvolging van storingen en duidelijke afspraken met de installateur over interventietijden.
Een laadpunt dat niet werkt, betekent een voertuig dat de volgende ochtend niet volledig geladen is. Voor een bedrijf dat afhankelijk is van zijn bestelwagens, kan dat de dagplanning verstoren. De betrouwbaarheid van de installatie verdient dus dezelfde aandacht als het onderhoud van de voertuigen.
Veel laadbeheersystemen melden storingen automatisch, zodat u snel kunt reageren. Een onderhoudscontract met de installateur, met duidelijke afspraken over interventietijden, geeft extra zekerheid. Controleer daarnaast regelmatig de kabels en stekkers op slijtage, zeker als ze buiten liggen of vaak worden gebruikt.
Welke vragen komen vaak terug?
Kan ik mijn elektrische bestelwagens 's nachts laden zonder mijn aansluiting te verzwaren?
Ja, vaak wel. Met gestuurd laden wordt het beschikbare vermogen over de nacht verdeeld, waardoor een verzwaring soms vermeden kan worden.
Moet een laadinstallatie op de bedrijfssite gekeurd worden?
Ja. Na de installatie controleert een erkend keuringsorganisme de installatie volgens het AREI.
Heeft het capaciteitstarief invloed op de laadkosten van mijn vloot?
Ja, in Vlaanderen. Gelijktijdig laden van meerdere voertuigen verhoogt de verbruikspiek. Gestuurd laden beperkt dat effect.
Kan ik mijn bestelwagens laden met zonne-energie?
Ja. Voertuigen die overdag op de site stilstaan, kunnen de productie van zonnepanelen op het bedrijfsdak gebruiken.
Moet ik voor elk voertuig een eigen laadpunt installeren?
Nee, niet altijd. Als voertuigen niet allemaal de hele nacht op de site staan, kan een rotatieschema met gedeelde laadpunten volstaan.
Kernpunten om te onthouden
|


